Faunazaken

Wildschade

De landbouw binnen de Hoeksche Waard ondervindt op verschillende manieren schade van het wild en ook van niet-wildsoorten. Hierbij moet men o.a. denken aan:

  • Schade aan grasland, ingezaaide graanvelden en andere akkers als gevolg van het massaal neerstrijken van ganzen. Zij vernielen (vertrappen en bevuilen) het land waardoor de gewassen kwetsbaar worden voor het slechte weer. De ganzen komen op gras- en bouwlanden foerageren (voedsel zoeken) en eten van de gewassen.
  • Schade aan vruchtbomen (boomgaarden) als gevolg van vraat door konijnen en hazen aan de stammen en de takken.
  • Pikschade aan landbouwgewassen (o.a. suikerbieten en spruiten) door fazanten.
  • Bevuiling; volgens die in grote aantallen neerstrijken, vreten niet alleen aan de gewassen, ze poepen er ook op. Ganzen, zwanen en eenden kunnen zo vooral grasland en ingezaaide graanakkers bevuilen en duiven vooral de spruitkoolplanten.
  • Vaak komen verschillende vormen van schade tegelijk voor, zoals bevuiling, aanpikken, vertrappen (dichtslempen van de grond), enzovoorts.

Als er in een bepaald gebied wildschade is ontdekt of men denkt dat er grote kans is op wildschade, moeten de jager en de grondeigenaar er alles aan doen om die te voorkomen of te beperken. Dat kan door verjagen (afschrikken) of bejagen (doden). Zo kunnen er knalapparaten, vlaggen en afrasteringen worden geplaatst of wordt het wild verleid door ergens anders voedsel neer te leggen of elders afleidende beplanting te zaaien/poten.

Stroperij

Stroperij is van alle tijden. Vroeger was het een individuele aangelegenheid met als doel een keer vlees in de pan te krijgen of om aan extra geld te komen. Tijden veranderen, de stroperij van nu is een volwaardige criminele aangelegenheid geworden. Het gebeurt nu enerzijds voor de "kick" en anderzijds grootschalig om in korte tijde veel wild te bemachtigen. De stroperij voor de kick kenmerkt zich door het gebruik van zogenaamd lange honden die het wild achtervolgen inhalen en ter plekke afmaken. De eigenaren van de honden sluiten weddenschappen af welke honden de meeste dieren zullen verscheuren. Voor groter wild zoals reewild is het voor het slachtoffer een vreselijke dood. De stroperij voor het bemachtigen van wild is professioneel en in korte tijd worden hele jachtvelden leeggehaald met illegale vangwijzen. Het wild heeft geen kans heeft om te ontsnappen en men maakt zich al helemaal niet druk of er voldoende wild achterblijft voor het komende jaar zodat de soort zich kan handhaven. Recent heeft het ministerie van LNV en gerichte aanpak voor stroperij vastgesteld

Loslopende honden

Een net zo groot probleem als stroperij is het los uitlaten van honden in de polder. Door de aanleg van groenstroken langs oppervlaktewater, wat als vanggewas dient voor gewasbeschermingsmiddelen, ontstaan voor het publiek mooie wandelpaden door de polder. Dit blijkt voor veel mensen een uitnodiging te zijn om dit te misbruiken als hondenuitlaatplaats. Deze loslopende honden verstoren vogelnesten van grondbroeders en jonge hazen die overdag op het land zitten te wachten om s'avonds te drinken te krijgen. Door de onrust en het moeten vluchten wordt de band tussen moeder en jong verbroken waardoor de jongen langzaam van dorst en honger omkomen. Een jachtveld gelegen langs deze wandelpaden is binnen de kortste keren ontdaan van een gezonde wildstand, alle hazen vertrekken en ook de bodembroeders houden het voor gezien na een paar mislukte nesten. In artikel 16 lid 3 van de flora en fauna wet staat dat een ieder verplicht is te verhinderen dat een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigd. Dit wordt door de politie als stroperij beschouwd en ook als zodanig geverbaliseerd. Verschillende jachthouders houden toezicht op hun jachtveld via de vereniging Veldtoezicht die actief is in de Hoeksche Waard. De toezichthouders rapporteren direct aan de politie als zij onregelmatigheden constateren. Andere jachthouders kiezen er voor om zelf toezicht te houden op hun eigen jachtveld of doen dit samen met collega-jagers die dan bij toerbeurt s'avonds en s'nachts toezicht houden. De verdere werkwijze is dan gelijk met die van de vereniging Veldtoezicht, waarbij wel opgemerkt moet worden dat de frequentie van toezicht bij deze vereniging meestal hoger ligt dan bij het individuele toezicht.