Vroeger waren mensen ook roofdieren

Ondanks overlast van herten, ganzen en wilde zwijnen wordt er in Nederland nog maar weinig naar het geweer gegrepen. ‘Vroeger waren mensen ook roofdieren.’

Vroeger.

Toen mannen nog van staal waren, en schepen van hout. Toen rattenvangers nog uit Hamelen kwamen en jagers hele dagen wegbleven om daarna vermoeid terug te keren. Met een everzwijn over hun schouders. In 2011 stromen de Amsterdamse Waterleidingduinen over van de herten. In Zandvoort lopen de dieren op straat en op schoolpleinen. Vorig jaar waren er in Zandvoort en Bloemendaal 191 aanrijdingen waar een hert bij was betrokken. De dieren, die de duinen verlaten op zoek naar voedsel, zorgen ook voor schade bij tuinders. De provincie Noord-Holland wil de hertenplaag indammen en gaat de eigenaar van het gebied – de gemeente Amsterdam – een ‘aanwijzing’ geven om de dieren af te schieten. Met andere woorden: Amsterdam wordt verplicht op de dieren te gaan jagen. Klein probleem: Amsterdam werkt niet bepaald mee. In de gemeenteraad hebben de SP, de Partij voor de Dieren en GroenLinks zich tegen het plan gekeerd. De raad wil dat er eerst damhert-werende hekken worden er geplaatst. Pas als dat niet werkt, mag er geschoten worden. Volgens gedeputeerde Jaap Bond van de provincie Noord-Holland duurt het zeker drie jaar voordat er dat soort hekken geplaatst zijn en dat is naar zijn smaak te lang.

Het is niet voor het eerst dat het afschieten van dieren lastig blijkt. Bijna elke jaar is er discussie over de Oostvaardersplassen. In de winter is daar niet voldoende voedsel voor alle dieren. Moeten ze bijgevoederd worden, verhongeren of moeten jagers ze uit hun lijden verlossen? De Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde was voor afschieten, de PVV ging op de bres en wilde dat de dieren werden bijgevoederd.

Schadevergoeding

Recenter is de discussie over ganzen die overlast veroorzaken in de landbouwindustrie. Ze beschadigen de gewassen, en ze poepen alles onder. Het Faunafonds keerde vorig jaar 8 miljoen euro uit aan ondernemers die schade hebben opgelopen door toedoen van beschermde dieren. 6 miljoen daarvan ging naar schade veroorzaakt door ganzen. Begin mei kwam er een zogenoemd ganzenakkoord, opgesteld door acht grote natuurorganisaties. Jagers zouden in de zomermaanden 100.000 ganzen mogen afschieten. Probleem opgelost. Alleen willen de jagers nu zelf niet. Ze vrezen voor een negatief imago als ze in de zomer op ganzen moeten schieten, terwijl er in hetzelfde gebied toeristen rondlopen. ‘Er zijn geen roofdieren meer’ verklaart Koos Dijksterhuis het overschot aan dieren. Dijksterhuis is natuurkenner, schrijver en heeft een column over natuur bij Trouw. ’Vroeger waren mensen ook roofdieren. Oermensen jaagden ook. Er is zoveel voedsel dat de ganzen-, herten- en zwijnenpopulatie in alle rust de pan uit kunnen rijzen.’ We moeten er maar mee leren leven, volgens Pauline de Jong van Faunabescherming. De problemen die de dieren veroorzaken, moeten afzonderlijk aangepakt worden. ‘ Mensen moeten hun gedrag aanpassen. Heb je schade aan gewassen? Zet er dan een hek voor. Lopen er herten de weg op? Zorg dan dat mensen daar voorzichtiger rijden en verbeter het overzicht langs de weg.’

De jagers zien (behalve in toeristische gebieden in de zomer dan) meer in jagen, en ze hebben de publieke opinie mee. ‘We doen al jaren onderzoek naar de publieke opinie. De kern van mensen die tegen de jacht zijn wordt kleiner. Was dat tien jaar geleden nog 33 procent, nu is dat 16 procent’, zegt Marlies Kolthof van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV). ‘Mensen voelen beter aan dat de natuur een beetje vol raakt.’

Slachten en verkopen

Probleem is wel dat schieten niet veel zin heeft, in ieder geval bij ganzen. ‘Je gaat het veld in en schiet er 1 of 2 en dan vliegt de rest weg’ zegt Kolthof. Vergassen is een stuk effectiever, maar nogal controversieel. Kolthof haalt een actie uit 2008 in Texel aan. Daar werden ganzen in de rui gevangen en vergast. ‘Daar was heel veel weerstand tegen en dat bedrijf is toen in de brand gestoken. Het woord ‘vergassen’ ligt nog erg gevoelig.’ Niet schieten, niet vergassen, hoe kom je dan van ze af? Dijksterhuis pleit in het geval van de ganzen ervoor om ze te vangen en naar een slachterij te brengen. ‘Dan kun je ze verkopen en dat scheelt veel geld, dat aan natuur besteed kan worden. Zolang ze maar niet ritueel worden geslacht, want dat mag niet meer.’

De Amsterdamse damherten? ‘Ik ben niet altijd tegen afschot, maar die herten zijn niet het probleem, dat zijn de auto’s. Ik zou gewoon die racebaan naar het strand afsluiten voor auto’s.’

(Bron: DePers.nl)

Ganzenprobleem ondervindt toch langzaam erkenning

Wildschade in de Hoeksche Waard door de in het recente verleden heilig verklaarde ganzen op aandringen van de natuurclubjes in Nederland. Na massale investeringen in ganzenhotels de zogenaamde “plas-dras natuur” loopt het probleem ons nu echt over de klompen en eindelijk ook over de wandelschoenen van de natuurclubs. Vanuit hun four-wheel drive auto’s krijgen onze terrein”beheerders” nu ook in de gaten dat er misschien iets uit de hand aan het lopen is. Via waarnemingen door verrekijkers en telelenzen wordt schoorvoetend toegegeven dat er een probleem lijkt te zijn. “Kenners” beweren overigens nog steeds dat de overpopulatie een direct gevolg is van de jacht waardoor de ganzen extra gestimuleerd zijn om zich voort te planten. Hun conclusie is dan ook dat bij de jacht het echte probleem ligt en niet bij de natuurontwikkeling en het beschermd verklaren van de ganzen via de Flora en Faunawet. Sinds de invoering van de Flora en Faunawet was er in de eerste jaren zelfs aan algeheel afschotverbod. Toen de schadebestrijding mondjesmaat werd toegestaan, vooral in de winter aan strenge regels gebonden, was ook de handel in geschoten ganzen nog verboden. Natuurlijk blijven er de die-hards met tropische hardhoouten balken voor de ogen, die tussen hun interncontinentale natuursnoepreisjes door, de natuur prediken in Nederland. Natuur is volgens hen iets waar de gemiddelde Nederlander absoluut van af moet blijven. Zelfs de kwaliteitskrant Trouw laat haar pagina’s vervuilen met de jokkerige- en halve waarheden richting de jacht van de geachte heer K. Oosterhuis. Deze sukkellende natuurkenner kan nog steeds niet in de schaduw staan van zijn voorganger Henk van der Halm in deze krant. De heer van der Halm was overigens ook niet bepaald pro-jacht maar gaf toch een heel wat genuanceerder beeld van de natuur in Nederland. Tja, het kan verkeren. Gelukkig lijkt het tij zich te keren en zijn ook de terreinbeherende instanties tot het voortschrijdende inzicht gekomen dat er daadwerkelijk iets aan gedaan moet gaan worden. Laten we hopen dat alle partijen de handen uit de mouwen willen steken en dat we de aantallen ganzen op een efficiënte en op zo’n humaan mogelijke manier terug kunnen brengen naar de draagkracht van de natuurterreinen hier en de overwinteringsgebieden in het hoge noorden. Aansluitend daarop de jacht vrijgeven en aan ons als jachthouders dan de taak om als goede rentmeesters de stand op het gewenste niveau te houden. Dit blijven onderbouwen met jaarlijkse tellingen zodat het beheer bijgestuurd kan worden. Zo kunnen we blijven genieten van onze prachtige flora en fauna waar boeren hun boterham kunnen verdienen met een acceptabele faunaschade waarbinnen de diersoorte zich kunnen handhaven.