Column

Ganzenprobleem ondervindt toch langzaam erkenning

Wildschade in de Hoeksche Waard door de in het recente verleden heilig verklaarde ganzen op aandringen van de natuurclubjes in Nederland. Na massale investeringen in ganzenhotels de zogenaamde “plas-dras natuur” loopt het probleem ons nu echt over de klompen en eindelijk ook over de wandelschoenen van de natuurclubs. Vanuit hun four-wheel drive auto’s krijgen onze terrein”beheerders” nu ook in de gaten dat er misschien iets uit de hand aan het lopen is. Via waarnemingen door verrekijkers en telelenzen wordt schoorvoetend toegegeven dat er een probleem lijkt te zijn. “Kenners” beweren overigens nog steeds dat de overpopulatie een direct gevolg is van de jacht waardoor de ganzen extra gestimuleerd zijn om zich voort te planten. Hun conclusie is dan ook dat bij de jacht het echte probleem ligt en niet bij de natuurontwikkeling en het beschermd verklaren van de ganzen via de Flora en Faunawet. Sinds de invoering van de Flora en Faunawet was er in de eerste jaren zelfs aan algeheel afschotverbod. Toen de schadebestrijding mondjesmaat werd toegestaan, vooral in de winter aan strenge regels gebonden, was ook de handel in geschoten ganzen nog verboden. Natuurlijk blijven er de die-hards met tropische hardhoouten balken voor de ogen, die tussen hun interncontinentale natuursnoepreisjes door, de natuur prediken in Nederland. Natuur is volgens hen iets waar de gemiddelde Nederlander absoluut van af moet blijven. Zelfs de kwaliteitskrant Trouw laat haar pagina’s vervuilen met de jokkerige- en halve waarheden richting de jacht van de geachte heer K. Oosterhuis. Deze sukkellende natuurkenner kan nog steeds niet in de schaduw staan van zijn voorganger Henk van der Halm in deze krant. De heer van der Halm was overigens ook niet bepaald pro-jacht maar gaf toch een heel wat genuanceerder beeld van de natuur in Nederland. Tja, het kan verkeren. Gelukkig lijkt het tij zich te keren en zijn ook de terreinbeherende instanties tot het voortschrijdende inzicht gekomen dat er daadwerkelijk iets aan gedaan moet gaan worden. Laten we hopen dat alle partijen de handen uit de mouwen willen steken en dat we de aantallen ganzen op een efficiënte en op zo’n humaan mogelijke manier terug kunnen brengen naar de draagkracht van de natuurterreinen hier en de overwinteringsgebieden in het hoge noorden. Aansluitend daarop de jacht vrijgeven en aan ons als jachthouders dan de taak om als goede rentmeesters de stand op het gewenste niveau te houden. Dit blijven onderbouwen met jaarlijkse tellingen zodat het beheer bijgestuurd kan worden. Zo kunnen we blijven genieten van onze prachtige flora en fauna waar boeren hun boterham kunnen verdienen met een acceptabele faunaschade waarbinnen de diersoorte zich kunnen handhaven.